Serpentine Dam – Ellery Creek | 26,7 km
Ik word wakker van vrolijk vogelgezang. Dat is vreemd, want boven de tent staan de sterren nog helder aan de hemel. Het blijken gelukkig geen echte vogels te zijn, maar het alarm van Tanja. In tegenstelling tot de gevederde versie laat deze zich eenvoudig het zwijgen opleggen met de snoozeknop.
Na nog wat uitstel steek ik mijn hoofd uit mijn warme donzen slaapzak. De ochtendlucht is fris en vandaag staan er twee volledige secties op het programma. Na onze afdaling in het donker naar Waterfall Gorge hebben we besloten dat wandelen bij daglicht toch enkele voordelen heeft.

De vijand
Zoals op bijna de hele Larapinta Trail wordt ook dit pad keurig omzoomd door spinifex. Na onze eerdere aanvaringen met dit stekelige gras weten we inmiddels dat voorzichtig lopen geen overbodige luxe is. De planten zien er misschien onschuldig uit, maar wij trappen daar niet meer in. Letterlijk noch figuurlijk.
In het begin praten we veel, maar de combinatie van vermoeidheid en het indrukwekkende landschap brengt ons vanzelf tot stilte. Zonder gesprek merk ik ineens veel meer op.
Tussen de spinifex ontdek ik een grote wandelende tak die zich zorgvuldig probeert te verstoppen. Op het pad liggen keutels die ik, op basis van mijn professionele veterinaire inschattingsvermogen, identificeer als afkomstig van een wallaby.
Ook in de rotsen valt veel te zien. Sommige stenen hebben duidelijk zichtbare ribbelpatronen. Het zijn overblijfselen uit een ver verleden, toen het gebied waar we nu doorheen lopen nog op de bodem van een zee lag. Midden in de droge Australische Outback wandelen we dus eigenlijk over een versteende oceaanbodem.

De voedselvoorraad
Na een lange wandeldag bereiken we Ellery Creek. We zijn hier een dag eerder dan gepland en op deze kampeerplaats ligt ook onze eerste voedselvoorraad op ons te wachten.
Wanneer we de doos openen, wordt duidelijk dat we tijdens het inpakken waarschijnlijk flinke honger hadden. Zelfs met onze gezonde wandeleetlust hebben we de hoeveelheid voedsel die we in zes dagen zouden verorberen nogal ruim ingeschat.
De cider en chocolade houden we uiteraard zelf. Te veel chocolade meenemen bestaat tenslotte niet. De overtollige pasta en muesli delen we uit aan andere wandelaars op de kampeerplaats.
Die voedseloverschatting blijkt uiteindelijk een prima sociale strategie. Rond het kampvuur maken we nieuwe vrienden en in ruil voor onze extra voorraden krijgen we zelfs wat wijn aangeboden.
Soms loont het dus om teveel mee te zeulen, al is mijn rug daar nog niet helemaal van overtuigd..


