Brod Bay Campsite – Iris Burn Campsite | 22,1 km
Tegen alle weersvoorspellingen in word ik wakker met zon. Dat is een meevaller, want vandaag wacht de zwaarste etappe van de Kepler Track: bijna 23 kilometer over de Kepler Mountains naar Iris Burn.
Na thee en muesli breek ik mijn kamp op en nog voor half acht ben ik onderweg.
Het pad verdwijnt eerst het bos in. Tussen de bomen hangt nog nevel en overal om me heen klinken vogelgeluiden die ik niet herken. Daarna begint de klim. Twee uur lang stijg ik gestaag door het bos tot ik bij de kalkstenen rotswanden kom en uiteindelijk boven de boomgrens uitstap.
Precies op dat moment besluit het weer alsnog dat de voorspelling misschien toch niet helemaal voor niets was.
De zon verdwijnt achter grijze wolken en een lichte regen begint te vallen.

Boven de boomgrens
Het uitzicht maakt veel goed. Onder me ligt het Te Anau Basin en in de verte zie ik de Takitimu Mountains en de bergen rond Fiordland. Er verschijnt zelfs een regenboog.
Nog een uur later bereik ik Luxmore Hut. Voor veel wandelaars is dit het eindpunt van de dag. Voor mij is het vooral een uitstekende plek om te lunchen.
Vanaf de hut kijk ik uit over Lake Te Anau, waar ik vanochtend nog stond. Dat voelt inmiddels al lang geleden.
Vlak bij de hut ligt Luxmore Cave. Een kleine omweg, dus ik laat mijn rugzak achter, pak mijn zaklamp en verdwijn even onder de grond tussen de kalksteenformaties.
Mount Luxmore in de wolken
Vanaf Luxmore Hut klimt het pad verder naar de bergkam onder Mount Luxmore. Een korte zijroute voert naar de top op 1472 meter, waar je volgens de informatieborden bij goed weer een fantastisch uitzicht hebt.
Bij goed weer.
Er staat een harde, koude wind en de regen maakt het er niet aangenamer op. Na Mount Luxmore daalt het pad naar Forest Burn Saddle, waar een kleine schuilhut staat. Het vooruitzicht om even uit de regen te kunnen lopen geeft me spontaan nieuwe energie. Ik versnel mijn pas richting de hut.
Binnen blijk ik niet de enige vluchteling voor het weer. Een jong Kiwi- stel heeft zich in een hoek geïnstalleerd en eet zelfgebakken chocoladebrownies.
Of ik ook een brownie wil?
Op dat moment zou ik waarschijnlijk mijn rechtervoet ervoor hebben geruild. Gezien de hoeveelheid blaren die erop zit, zou dat trouwens niet eens zo’n slechte deal zijn.
De chocolade doet zijn werk. Ik hijs mijn rugzak weer op en stap ik weer met goede moed de nevel in.

Door de mist
De volgende uren volgt het pad de bergkam richting Iris Burn. De regen neemt langzaam af en slierten mist trekken langs de hellingen.
Het landschap krijgt er iets geheimzinnigs door.
Ik had mezelf voorgenomen om tijdens deze wandeling niet voortdurend vergelijkingen met The Lord of the Rings te maken. Maar dat voornemen blijkt niet lang stand te houden.
Met mijn veel te zware rugzak ploeg ik verder over de kam en moet ik onvermijdelijk aan Frodo en Sam denken. Die ring was ongetwijfeld zwaar, maar als mijn schouderbanden zich weer eens diep in mijn schouders graven, snap ik hoe Sam zich moest voelen met al die potten, pannen en kampeerspullen in zijn pack. Respect dat ie die ring er ook nog bij wilde nemen!
Uiteindelijk duik ik weer het bos in. De takken zijn bedekt met dikke slierten korstmos, waardoor de bomen eruitzien alsof ze enorme groene baarden hebben. Het wordt toepasselijk old man’s beard genoemd. Uit eigen ervaring kan ik inmiddels bevestigen dat het ook uitstekend werkt als snor.
Eindelijk kampvuur
Na wat aanvoelt als een eeuwigheid, bereik ik Iris Burn Campsite.
Tussen de bomen zie ik rook opstijgen. Even later ruik ik warme chocolademelk.
Mijn wandelvrienden van gisteren zijn duidelijk sneller geweest.
Ik schuif aan bij het vuur. Met mijn handen om een mok warme chocolademelk en de warmte van de vlammen in mijn gezicht duurt het niet lang voordat mijn ogen beginnen dicht te vallen.
Genoeg bergen voor vandaag.
Ik kruip mijn tent in en trek mijn slaapzak zo ver mogelijk over mijn hoofd.


